Lexicon — R
RGB
RGB staat voor Red, Green, Blue (rood, groen, blauw). Het is het kleurmodel dat gebruikt wordt om kleuren weer te geven op alle schermen — televisies, computers, telefoons, projectoren. Elke kleur die je ooit op een scherm hebt gezien, is opgebouwd uit een combinatie van deze drie primaire lichtkleuren.
De kern van het concept, voor je studenten: RGB werkt met licht, niet met inkt. Dat is het belangrijkste onderscheid dat ze moeten onthouden. Een scherm begint zwart (geen licht aan) en voegt licht toe om kleuren te maken. Alle drie de kleuren tegelijk op maximaal geeft wit. Geen enkele kleur aan geeft zwart. Dat heet een additief kleurmodel — je telt licht bij licht op.
Vergelijk dit even met drukwerk, want dat maakt het helder: inkt begint met wit papier en voegt pigment toe om kleuren te maken. Alle inkten samen geven (bijna) zwart. Dat is precies omgekeerd, en dat model heet CMYK — een subtractief kleurmodel, want elke inktlaag trekt licht af van wat het papier terugkaatst.
Hoe RGB-waarden werken:
Elke kleur wordt gemaakt door drie getallen, één voor elk kanaal. Die getallen lopen meestal van 0 tot 255.
(0, 0, 0) = zwart (geen licht) (255, 255, 255) = wit (alle licht op maximaal) (255, 0, 0) = zuiver rood (0, 255, 0) = zuiver groen (0, 0, 255) = zuiver blauw (255, 255, 0) = geel (rood + groen licht samen — verrassend voor beginners, maar dat is hoe licht werkt) (128, 128, 128) = middengrijs
Waarom van 0 tot 255? Omdat een computer kleuren opslaat in 8 bits per kanaal, en 8 bits kunnen 256 verschillende waarden weergeven (van 0 tot en met 255). Drie kanalen van 8 bits samen zijn 24 bits per pixel, wat neerkomt op meer dan 16 miljoen mogelijke kleuren. Dat noemen we "true color" of 24-bit kleur.
De verbinding met hex-codes (die je al in het lexicon hebt): een hex-code zoals #FF5733 is gewoon RGB in een andere notatie. FF is 255 in hexadecimaal (rood), 57 is 87 (groen), 33 is 51 (blauw). Dezelfde kleur, anders genoteerd. Studenten die dit doorhebben, begrijpen plots waarom #FFFFFF wit is en #000000 zwart.
Waar je RGB overal tegenkomt:
In Photoshop, Illustrator en Figma kies je bij het aanmaken van een nieuw bestand tussen een RGB- en een CMYK-werkomgeving. Voor digitale ontwerpen altijd RGB, voor drukwerk altijd CMYK.
In CSS schrijf je kleuren als rgb(255, 87, 51) of als hex #FF5733. Moderner is rgb(255 87 51) zonder komma's, of met transparantie als rgba(255, 87, 51, 0.5) waarbij de laatste waarde de doorzichtigheid is (van 0 volledig transparant tot 1 volledig dekkend).
In video en gaming wordt RGB gebruikt om beelden op te bouwen, soms met een vierde kanaal (alpha) voor doorzichtigheid — dat heet dan RGBA.
In camera's en scanners worden lichtsignalen gemeten in rood, groen en blauw en omgezet naar digitale RGB-waarden. Daarom is RGB het natuurlijke model voor alles wat met sensoren en schermen te maken heeft.
Een belangrijke nuance: "RGB" is eigenlijk een familienaam
Binnen RGB bestaan er verschillende kleurruimtes, die elk net iets andere kleuren kunnen weergeven.
sRGB is de standaard voor het web en voor de meeste gewone schermen. Als je studenten niets anders instellen, werken ze automatisch in sRGB. Dit is veilig voor websites, social media en algemeen gebruik.
Adobe RGB is een bredere kleurruimte, vooral gebruikt door fotografen die voor print werken. Het kan fellere kleuren bevatten dan sRGB, maar die gaan verloren als je ze op een gewoon scherm bekijkt.
Display P3 is een moderne kleurruimte die steeds vaker opduikt op nieuwere Apple-toestellen, met levendigere kleuren dan sRGB.
Voor beginners is het voldoende om te weten dat sRGB de standaard is en dat je niet zomaar tussen kleurruimtes moet wisselen zonder te weten wat je doet — anders lijken kleuren plots "anders" in een andere applicatie.
Een klassieke beginnersfout: een ontwerp in RGB maken en het vervolgens naar de drukker sturen zonder om te zetten naar CMYK. De drukker doet die conversie dan zelf, en vaak komen kleuren er doffer of anders uit dan verwacht. Felle RGB-kleuren zoals elektrisch blauw of neongroen bestaan gewoon niet in CMYK — inkt kan ze fysiek niet maken. Studenten moeten leren hun ontwerpbeslissingen van in het begin af te stemmen op het eindmedium.
Een tweede veelvoorkomende verwarring: studenten denken soms dat "RGB beter is dan CMYK" of omgekeerd. Ze zijn geen concurrenten — het zijn twee verschillende gereedschappen voor twee verschillende taken. Geen enkele professionele ontwerper zou ooit kiezen tussen RGB of CMYK; hij of zij kiest welk model past bij het uiteindelijke medium.